donderdag 11 september 2014

TORENVALK


He bah, poep voor de molen pal naast de ronde toegangspoort tussen de molen en de mooi aangelegde kruidentuin; gore poep.


“Het zullen duiven zijn”, was mijn eerste reactie.
“Snel schoonmaken. Het is ’n naar gezicht voor bezoekers.”

Maar de volgende dag was nieuwe shit gevallen. De dag daarop weer, iedere dag opnieuw.
“Structurele maatregelen zijn nodig. Weg met de duiven in die vensterbanken!”


Toen ik een en ander nader bestudeerde, zag ik braakballen. Van die grijze bolletjes uitgebraakt…

 

“Door een uil.” dacht ik.
Uilen op de molen. Er waren al uilen gesignaleerd in de kasteeltuin. Die komen ’s nachts dus op de vensterbanken van de molen zitten.

“Wat doen we met de uilen?” vroeg ik aan een van de bestuursleden.
“Hun poep is een vies gezicht voor bezoekers. Ze poepen niet alleen op de grond, ook de meelzakken schuifplank naast de molenpoort is ondergescheten.”

 

“Die passen in een natuurlijke tuin als de onze. Laat ze lekker zitten. Ik vraag mensen met het helpen met het schoonmaken.” was haar reactie.

OK, sommige collega molenaars zijn trots op hun uilenkast op de molen. Vooral als de lokale IVN ze heeft geleverd.  Ze plaatsen dan een spannend filmpje op internet.

Bekender zijn katten op molens. Als molengek heb ik thuis een afbeelding van de beroemdste molenkat, de gelaarsde kat.

Het boek 'hoor die Tori!' dat toevallig op de salontafel lag, is van Michiel van Kempen. Een tori is een Surinaamse vertelling.
Die kat komt uit een heel leger molenkatten die de kunstenaar Ottmar Hörl in de Franse plaats Epinal bijeen riep.


Bron

Epinal, de geboorteplaats van Jean-Charles Pellerin. Die werd beroemd door zijn gedrukte prenten vol soldaten en andere figuren, van bouwplaten tot aankleedpoppen en smartlappen; de zogenaamde 'Image d’Epinal'. 

'Image d’Epinal'


Tussen dit soort beeldfiguren verscheen plotsklaps de meest beroemde molenkat, de gelaarsde kat (Le Maître chat ou le Chat botté).

 


 

Het verhaal van de gelaarsde kat liep goed af.
(Windmolen collegae, let even in het filmpje hoe de molen in de openingsscène draait.)

Helaas, als natuurgids leerde ik sporen nader te analyseren. Geen kat, geen uil, in die braakballen zaten geen botten. Uilen eten hun prooi in zijn geheel op, zelfs de gelaarsde kat verslond de boze tovenaar in één hap op.

“Uilen slikken hun prooi in z'n geheel naar binnen. Daardoor komen ook alle botjes in de maag terecht. Roofvogels daarentegen plukken hun prooi en krijgen wel enige botjes binnen, maar de grotere botten blijven liggen. Verder hebben roofvogels sterkere maagzuren dan uilen, waardoor de meeste ingeslikte botjes ook nog verteerd worden. Twee redenen dus waarom er in uilenballen meer botjes voorkomen dan in braakballen van roofvogels.”


Toen een van mijn collegae op de Kasteeltuin een veer bij de molen vond, was het raadsel opgelost:
Geen kat, geen uil, maar torenvalken zaten in de vensterbank. Terwijl de Valkenburgse torenvalken wachtten, scheten ze de molen onder.

Bron

Waar dromen die van, waar wachten ze op?


Dat er muizen zitten op de Schaloensmolen is duidelijk. De opgezette das in ons rommel hok, ‘kamertje noord’, 


kreeg er koude rillingen van op haar rug.

 

 

En als die muis zich nu laat zien…

Bron

Dag muis! 
"Wat 'n bal!"

Geen opmerkingen:

Een reactie posten