zaterdag 8 maart 2014

Fantastische lijnen


Dwars over het weiland van boer Janssen zijn bomen geplant, twee rijen naast elkaar. Grote maaimachines kunnen niet tussen de bomen komen. Daarom is daar hoog opschoot met planten als wilde peen.
Die rechte lijn loopt van de oude tuinpoort van Genhoes haaks over de Molentak naar de Geuloever. Is er een wildcorridor of een ecologische hoogstructuur tussen de Molentak en de Geul?
Als ik langs de Molentak loop, kijk ik naar dit raadsel.
In het boek ‘Historische en Heemkundige Studies in en rond het Geuldal, jaarboek 2005’ las ik ‘Genhoes en de Tuin der Hesperiden’, een artikel over de oude tuin van kasteel Genhoes geschreven door M.Th.van Dijk-Frans, een van de bewoonsters van het kasteel.
Aan de hand van oude kaarten en de zichtas vanuit het kasteel, heeft M.Th.van Dijk-Frans een tuin gereconstrueerd, een tuin ontworpen rond 1750 door de Akense architect Couven.
Laat nu de zichtas die bij de reconstructie een belangrijke rol speelde, mijn verbazingwekkende rijen bomen zijn.
Op de plattegrond getekend in 1947 door de Rijksdienst voor de Monumentenzorg te Zeist staat de lijn van Genhoes tot aan de Molentak linksonder met een stippellijn tot aan de Molentak aangegeven aangegeven met ‘rest voormalige tuinaanleg’. (Het noorden op de kaart is naar onder gericht)
Op de Farrariskaart uit 1771 – 1778 is die zelfde lijn te zien, die vanaf kasteel Genhoes over de Molentak naar de Geul loopt. (Het noorden is hier weer boven)

Bij de reconstructie van de tuin kwamen bij M.Th.van Dijk-Frans vragen naar boven.

 “Bepaalden middeleeuwse perceelsgrenzen de vorm van de tuin?”

De schrijfster ging niet op die vraag in. Zij concentreerde zich op de zichtassen in de tuin van kasteel Genhoes. Bij de gereconstrueerde tuin vormt de Molentak de noordgrens.

“De noord-zuidas over het oostelijk tuinperceel is naar het noorden visueel verlengd door de aanplant van een dubbele bomenrij richting Molentak-Geul, echter zonder overgangen over het water.”

De zichtlijn loopt ogenschijnlijk loos door tot aan de Geul zonder verdere verbinding met de fraai aangelegde tuin. Wat ik opmerkelijk vind, de zichtas loopt parallel aan het Chaloensvoetpad.
Op de satellietbeelden van Google map (Zie ook) zijn beide lijnen te zien, door mij blauw gemarkeerd. Vaag in het landschap is bij het verlengde van het Chaloensvoetpad een lijn zichtbaar naar de meest westelijke hoek van de oude tuin van Genhoes, door mij geel aangegeven.

Zou er sprake zijn van ‘middeleeuwse perceelsgrenzen’?

Toen twee kasteelheren huisden rond Oud valkenburg, was de Molentak de perceelsgrens tussen beide heerlijkheden. Het land ten noorden van de Molentak behoorde toe aan Schaloen ten zuiden was het eigendom van kasteel Genhoes. Welke kasteelheer maakt een zichtlijn dwars over het grondgebied van zijn buurman?

Kasteel Schaloen stamt uit de 14de eeuw. Genhoes is veel ouder, mogelijk ouder dan de 11de eeuw, mogelijk ouder dan het kasteel van de stad Valkenburg. In ieder geval  zijn in het huidige kasteel Genhoes sporen gevonden van een vroeg middeleeuwse verdedigingstoren, ’n donjon.

Zijn de twee parallel aan elkaar lopende lijnen restanten van vroeg middeleeuwse verdedigingswerken, behorende bij het allereerste het alleroudste kasteel?

Alleen de das die bij de tweede boom bij de westelijke bomenrij net ten noorden van de Molentak een dassenputje, een dassen toilet, heeft gemaakt, zou vroeg middeleeuwse bodemstructuren tegen zijn gekomen. Of een van zijn voorvaderen; een dassenburcht kan heel oud worden. In Schotland is een dassenburcht gevonden van 4000 jaar oud.



De bomenrijen blijven de fantasie prikkelen.

maandag 24 februari 2014

Zwemmen in Zwart-Wit


Bij Stichting Beeldarchief Valkenburg kocht ik afbeeldingen van de Molentak; oude zwart-wit foto’s uit vervlogen tijden.
‘Waterval’ staat er bij de foto’s geschreven. Het betreft het schudwerk, daar waar de Molentak zich van de Geul afsplitst. De oudste foto dateert rondom 1920.



 “Waterval vormt de stuw voor regulering van de waterstand in de molentak van de watermolen bij Kasteel Chaloen”


“De 'waterval'; is een stuw die de Geul splitste in een molentak voor de watermolen van kasteel Schaloen en de Geul zelf langs de voet van de Schaesberg. Dichtbij deze 'waterval' was een uitspanning met theetuin gevestigd. Op het opgestuwde deel van de Geul kon men roeien en er was, tot vóór de 2e w.o., een natuurzwembad ingericht compleet met badhokjes en 'picknickwei'.”

Schreef Stichting Beeldarchief Valkenburg bij de ansichtkaarten (compleet met taalfout bij kasteel Schaloen').
Enkele medewerkers van de Kasteeltuin Oud Valkenburg kunnen het zich herinneren, het zwembad bij het begin van de molentak. Zowel vanuit Valkenburg als vanuit Schin op Geul ging men er zwemmen.



Vandaag ben ik naar de waterval gegaan om foto’s te maken. De stuw is gewijzigd. Aan de rechterkant is een extra doorlaat gemaakt. Het zwembad is in geen velden of wegen te bekennen, zelf kleedhokjes zijn er niet.

Geen wonder, zwemmen in de Geul is jaren verboden

“Zwemmers die de waarschuwing negeren, riskeren een boete van enkele honderden euro's.
Zwemmen in de Geul is ongezond en kan maag- en darmklachten veroorzaken. Het water is op sommige plekken ernstig vervuild door ongezuiverd rioolwater.”

Schreef het waterschap Roer en Overmaas.

Vooral België wordt aangewezen als boosdoener.
Zoals dit filmpje aangeeft.
Resten slechts plaatjes met door het tegenlicht, een hoog zwart-wit gehalte. En speciaal voor mijn lezers een bos bloemen die ik bij het oude zwembad vond.
 

woensdag 12 februari 2014

Muggen....

“Goede morgen buurman.”
“Goede morgen molenaar.”
Ik heb als molenaar het genoegen pal naast de kasteelheer in het duurste onroerend goed te mogen werken dat nu in Nederland te koop staat. Voor een slordige 14 miljoen euro *) verwisselt kasteel Schaloen waarschijnlijk binnenkort van eigenaar.


Molentak met kasteel Schaloen
 
 

“Zou U mij iets kunnen vertellen over de waterhuishouding van kasteel Schaloen, zoals U weet, schrijf ik een blog.”
“Daar is niets bijzonders over te vertellen.
Hoewel…
Kasteel Schaloen is mugvrij.”
“Mugvrij?”
“Zoals U weet, worden de kasteelvijvers gevoed door water uit Uw molentak. Sinds 1986 heb ik de waterpijp tussen de molentak en de kasteelvijver vergroot. Nu stroomt er meer water door. Achter het kaasteel loopt het water terug in de molentak; een overloop.
Het water in de kasteelvijver en –gracht is steeds in beweging. Muggen leggen geen eieren in stromend water. Daar houden hun larven niet van. En zo is kasteel Schaloen geheel mugvrij.”

Toevoersluis in de Molentak naar de slotgracht van Schaloen

Molentak met links in de muur de droogstaande sluis naar de slotgracht van Schaloen.

Al lopende kwamen wij op de brug over de slotgracht bij het poortgebouw van Schaloen. Ik keek omlaag de slotgracht in.
 
Karpers in de slotgracht.
 
“Mooi die karpers?
Weet U hoelang de grootste karper is?”
“Anderhalve meter?”
“Nee, 1 meter 40.
”Zonder muggenlarven?”
 
Het gesprek werd stilletjes gadegeslagen door Canadese ganzen die in onze omgeving volledig exoot zijn. Maar veel in parken bij kastelen te vinden zijn.

Canadese ganzen bij de Molentak die langs de knotwilgen stroomt.

“Dag buurman.”
“Dag molenaar.”

*) Zie ook de verkoopvideo

zondag 2 februari 2014

Zeldzaam rund??


Zaterdag 25 januari 2014 tegen half vijf 's middags. Met drie medecursisten loop ik de weide van boer Janssen binnen. De weide die langs het onderwater van de molentak ligt.
Plots:
“Een ree!”
“Nog een!”
Tot onze grote verbazing sprongen drie reeën weg. Iets later gevolgd door nummer vier. De fototoestellen die wij bij ons hadden, waren te traag om de wegvluchtende reeën te snappen voordat zij de Valkenburgseweg overstaken en in het Sint Jansbos vluchtten.
Vier reeën, wie had dat verwacht?
Ik niet. Saskia, een van de medecursisten, die veel wist van dieren sporen, wees meteen sporen aan. Het weiland langs de Molental bleek vol met reeën sporen te zijn.


keuteltjes

 
Hoefafdrukken

 
Wrijf en wraat sporen....


Dit spreekt tot mij verbeelding. Zeker toen ik twee dagen later op dezelfde weide een rattenvanger van het waterschap ontmoette. Hij zei ook jager te zijn. In gedachte zag ik een confrontatie tussen jager en ree. Een bekend verschijnsel, hoewel het bij Sint Hubertus geen ree maar een hert betrof.
 
 
Een ree is subtieler en verfijnder van aard. Met twee kleine horentjes, lijkt het op de drie beeldjes die net aan de andere kant van de Geul, achter kasteel Schaloen staan.

 
Een horentje voor Maria, een horentje voor Sint Jan, zoals Johannes ook wordt genoemd, subtiel afgewerkt. Het ree houdt zijn mond. Op die plaats staat Rochus, mijn lievelingsheilige, opgesloten in een ‘kooi’.
 
Vandaag las ik in het Zondags nieuws over een mogelijke confrontatie tussen ree en rund.

“Zeldzaam rund keert terug in het Heuvelland.”

Uitgerekend in de weide van boer Janssen langs de Molentak. Zo een gehorend dier heeft iets duivels in zich. Ik gebruik het in mijn embleem, .

 
‘zeldzaam rund’ *)
 
Vind je het gek dat dit mijn fantasie prikkelt?
De voorspelling luidt: een waanzinnige (spirituele) confrontatie, magischer kan niet.



“Zo liggen de verhalen voor het oprapen.” sprak de sjamaan van de Gundestrup ketel. Die nu in het nationaal museum van Kopenhagen staat.


 
 
 
"Welkom zeldzaam rund."

*) Jos Hamelears maakte in 203 dit schilderij van mij.

 







 


woensdag 22 januari 2014

Roeken en kauwen

Dreigende nesten langs de Molentak; bij het onderwater.
 
 
Roeken ...
 
...“zijn te herkennen aan de lichte snavelbasis. Jonge roeken hebben dit nog niet en kunnen daardoor gemakkelijk verward worden met de zwarte kraai. Ze leven in een open landschap, vooral op grasland. Het voedsel waar ze de voorkeur aan geven zijn dieren die in, op of boven de grond leven, zoals regenwormen en verschillende insecten. Hun tweede keus bestaat uit voedsel van akkerland. Hier eten ze pas ingezaaide granen. Roeken leven in vaste groepen, dikwijls aangevuld met kauwen. "
 
"De roek geeft voorkeur aan agrarisch landschap en open ruimten en broedt vanaf maart in vaak grote kolonies in takkennesten hoog in bomen. Hij is een meer schuwe vogel vergeleken met andere kraaiachtigen. Ook in de winter leeft de roek in groepsverband. Ze vormen veelal een levenslang paarverband."
 
"Kauwen zijn kleiner dan roeken. Opvallend is de lichtgrijze achterkant van de kop en de witgekleurde iris van het oog. Ze leven vaak samen met roeken en hebben dan ook dezelfde leefomgeving en dezelfde voorkeur voor voedsel als de roek. Een verschil met de roek is dat kauwen holenbroeders zijn."
 
De roekennesten zijn vooral te vinden langs het onderwater van de molentak. Het bovenwater stroomt langs de zogenaamde Dölkesberg. Die berg heet zo omdat in de grotten (groeves) en spelonken van die berg kauwen  broeden. Een kauw heet in het Valkenbergs 'dölk'.

Dolkesberg D440 bij nummetje D ten noorden van de Molentak en kasteel Genhoes
 

 Dölkesberg
 

 
De lucht in de Molentak.
 
 
Geen wonder dat in de bomen langs het bovenwater van de Molentak zowel kauwen als roeken te vinden zijn.
 
 
 
Bijzonder is de communicatie van deze kraaiachtigen.
 
"De intelligentie van kraaiachtigen is bij geen vogel beter te observeren dan bij kauwtjes. Onderzoekers hebben ontdekt dat kauwen een soort taal kennen, met bepaalde geluiden voor verschillende situaties. Wie de tijd neemt om een groepje kauwen in de omgeving eens wat langer te bekijken wordt dan ook getrakteerd op een tentoonstelling van sociale structuren, pikorde-verhoudingen, sociale intriges en onderlinge blikken van verstandhouding tussen 'verliefde' stelletjes."
 
Ze kunnen met mensen praten.
 
"Onderzoekers denken dat ook dat de kauwen mensen kunnen begrijpen dankzij hun onderlinge communicatie. De ogen van de mens lijken wel een beetje op die van de kraai. Een kauw heeft niet van die enge zwarte, zielloze kraaloogjes, maar zijn ogen bestaan uit een zwarte pupil en oogwit. Deze overeenkomst met de mens kan volgens Von Bayern en Emery verklaren dat de vogels de mens snappen."
 
 
In verschillende verhalen speelt deze communicatie via de ogen, zelfs gedaanteverwisseling (zielsverhuizing) kraai/mens, een rol. Als molenaar hou ik van het verhaal 'Meester van de zwarte molen (Krabat)' van O. Preussler. Hoewel de molenaars leerlingen werden betoverd in krassende kraaien, lijken de vogels op de omslag van het boek, getekend door Adrie Hospes, volgens mij het meest op  roeken.
 
 
Dit nest is roekeloos.
 
 
SHIT!

Bea
 
 
 

donderdag 9 januari 2014

WATERRATTE

 
Wat 'n bak, wat 'n bak!
De staatsgreep bij de Molentak.
Die ligt in Oud Valkenburg, dacht iek.
Mis poes! Het Waterratteriek!
 
De dikste waterrat
Met een bolle buik en idem gat
is zonder enig tussenpozen
Weldra meteen tot prins gekozen.
 
Erger dan een beverrat,
Die deze blog al heeft gehad,
Staat hij daar uitverkoren
Prins Karel I, met zijn snorhaar afgeschoren.
 

 
Helaas niet in hun blootje
Over Geul en Molentak, zoals U ziet,
Zwemmen doen ze niet.
 
En wat zingen dan die dieren
in koor om iets te vieren
Zomaar in het geniep?
 
De molenaar toost met hen mee
Alaaf, alaaf en huplakee!
Carnaval is te snel voorbij
Dan ligt de tak er rustig bij.










vrijdag 3 januari 2014

OUD EN NIEUW

Op de laatste dag van het jaar
Liep ik langs 'mijn plekje'
de Molentak.
 

Warm, en toch haast dood
kaal, leeg,
geen leven meer?
nee,

 
kardinaalsmuts,
 
 
els,


wilg en
 

 
meidoorn
wachten gespannen
 

tot paddenstoelen groot

 
en


 
klein,


het oude verteren.
 
Bea