donderdag 3 juli 2014

MAAIEN


Ik jubelde in juni over de bloemenwei bij de Molentak. Meer dan 14 verschillende bloemen telde ik. 
Maar nu, toen ik gisteren het terrein betrad?
Alles plat gemaaid....


Tja, het is en blijft een weiland. Boer Janssen zorgt voor wintervoer voor zijn koeien.
 Ik concentreerde me op de oeverbegroeiing langs de Molentak. 

 

Dat gedeelte valt onder beheer van het waterschap. Dat was niet gemaaid. De begroeiing schoot hoog op. Ik had geluk, het waterpeil in de Molentak stond laag. Met mijn rode laarsjes aan, banjerde ik door het water en kon de oever vanuit die kant bekijken.

Naast de onvermijdelijke reuzenbalsemien,


zag ik planten die ik niet eerder had beschreven.

 

Moerasspirea
Goed tegen de reuma, wordt ook gebruikt om aan port, rode wijn en mede een speciaal aroma te geven.

“Sabayon van moerasspirea
4 eieren
125 gram suiker
1 theelepel citroensap
50 gram bloemen van moerasspirea
200 gram frambozen

Klop de eieren met de suiker en het citroensap in een kom boven een pan kokend water gedurende 5 tot 10 minuten tot het mengsel dik wordt. Haal de bloemetjes los van de takjes (dat gaat heel makkelijk als de bloemetjes even in een gesloten plastic zak in de zon worden gelegd). Bewaar er een paar om mee te garneren. Hak de rest fijn en voeg toe aan het mengsel. Verdeel de frambozen over 4 bakjes en giet de geurige sabayon erover heen.
Garneer met de apart gehouden bloemetjes. “

"Moerasspirea-cake

Dit is een bijzonder lekker recept, en ook geschikt voor mensen die geen tarwe of gluten mogen gebruiken. De smaak is notig, maar door de toegevoegde citroen niet zwaar.
Ingrediënten:
- 100 gr amandelmeel (Turkse winkel of biologische winkel)
- 100 gr kastanjemeel (Biologische winkel)
- 4 biologische eieren
- 200 gr zachte boter (wat erg lekker is, is ongepasteuriseerde boter, maar kies alsjeblieft geen margarine, dan vermoordt je de cake)
- 200 gr biologische rietsuiker eventueel honing mag ook
- 1 tl baksoda
- 6 el gedroogde moerasspireabloemen
- rasp van 1 biologische citroen
Bereiding
klop de eieren met de boter, voeg de suiker toe en dan de bloemsoorten, als laatste de baksoda, moerasspirea en citroenrasp toevoegen. Goed mengen en in een ingevette cakevorm, op 180 graden in ongeveer 50 minuten goudbruin bakken. Af en toe even controleren. Lekker met ijs."


Groot hoefblad 
Eén van de beste natuurgeneesmiddelen bij kanker….
..als de rups iets overlaat.

Moerasandoorn
Vanouds her is dit een medicinale plant. De bladen hebben ontsmettende eigenschappen en worden al eeuwenlang gebruikt voor het verbinden van wonden en om het bloeden te stoppen.
In de Kasteeltuin groeien ook bosandoorns. Het verschil tussen die bloemen ligt vooral in het blad.

 
(Het blad links de moerasandoorn.)

 

Plots reed er een tractor voorbij.
"Wat leuk" dacht ik, 
"Boer Janssen heb ik nog niet in levende lijve ontmoet."
Ik liep richting tractor die gras maaide in een weiland iets verder dan de Molentak en zag parallel aan de Molentak een stuk gras met rode pluimen dat ongemoeid was gelaten.


De tractor stopte, ik zag boer Jansen niet.
"Meneer kunt U mij vertellen waarom in het weiland hiernaast een strook niet gemaaid is?"
"Dat weet ik niet precies. Het zou kunnen zijn dat er een dassenburcht is of zeldzame bloemen. Ik heb daar niet gemaaid."
"Bent U van een loonbedrijf?"
"Nee, ik ben een collega van boer Janssen en boer zelf in Schin op Geul."
"Bedankt voor de informatie, ik hou U niet langer op van uw werk."
De boer uit Schin op Geul ging verder met maaien.

Zeldzame bloemen, zoals de ruigharige ratelaar, groeien, en groeiden, in het hele weiland; niet alleen op de niet gemaaide strook.

 

Er ligt in het hoge gras geen dassenburcht. Die ligt langs de Molentak. Een wissel loopt dwars vanuit de burcht door het hoge gras. Een konijntje nam het hazenpad vluchtend voor de maaier.

De waargenomen patronen passen binnen het ecologisch maaibeheer.

"Ecologisch maaien is een natuurvriendelijke manier van groenbeheer, waarbij door verschillen in beheerintensiteit een afwisselend beeld ontstaat. Binnen een gebied worden sommige delen intensief beheerd en dus kort en ‘netjes’ gehouden. Andere delen krijgen meer rust. Naast elkaar ontstaan zo korte vegetaties, bloemrijke graslanden en struweel- en zoomvegetaties. De natuurwaarde zal hierdoor toenemen."

Hoge oeverbegroeiing en stroken maaien; ecologisch maaibeheer bij de Molentak.

dinsdag 24 juni 2014

Een journalist schrijft over de Molentak

Ooit gehoord van het tijdschrift 'Hollands Glorie, het mooiste van Nederland?
(Ik vond het bij de kapper)


In Nr. 2 van 2014 stond plotseling 'mijn' molen in het artikel 'Geheimen van het Geuldal . 
Schrik niet, er staan enkele hele leuke fouten in dit artikel. Ik heb ze maar met (*1) gemarkeerd.

"Een ander geheim in het Geuldal is de snelst stromende rivier van Nederland, de Molentak (*1), een aftakking van de Geul. Dankzij de stroomsnelheid was de Molentak ooit de aandrijver van onder andere de watermolen in de heemtuin die bij het kasteel van Oud-Valkenburg in Schin op Geul hoort. Een deel van de waterstroom werd lang geleden langs 'de viskorf' geleid. Dat was een open constructie van houten latten, de zogenaamde 'bak' (*2) waarmee op een dag wel veertig tot vijftig kilo paling en forel werd opgehaald! Die laatste lekkernij heeft in het wild over de grenzen van Limburg een andere zwembestemming gevonden (*3), maar aan de vervuiling van de Geul is allang een halt toegeroepen.De driedoornige stekelbaars en de elrits zijn inmiddels weer vis aan huis en de kwaliteit van het water gaat alleen nog maar vooruit. Eerst zien dan geloven? Steek vanuit de heemtuin van het kasteel het bruggetje over en laat je verassen door het kraakheldere water waarin een verticaal waterrad draait (*4).
De molen draait inmiddels met een 'turbine'uit 1925-hetzelfde principe als dat van een waterrad, alleen draait het nu horizontaal on onder water. Het charmante gebouwtje van de molen zelf is door de eeuwen heen niet veranderd. Ooit woonde hier de molenaar met vrouw en kinderen. Zij leidden een karig bestaan, want hoe romantisch het ensemble er nu ook uitziet, de molen was vroeger een zogenaamde 'dwang'- of 'ban'-molen. Zowel de molenaar als de landbouwers (*5) die er hun graanoogst lieten malen waren in dienst van de kasteelheer, doorgaans een verlicht despoot die van vrijheid en gelijkheid natuurlijk nooit gehoord had. Het was nog net geen slavernij, maar voor de rest waren alle graanboeren op zijn landgoed verplicht, 'gebannen', om in zijn molen te malen. Had iemand de moed om voor zichzelf op de komen, dan was de remedie simpel. Eerst hoge boetes en als dat niet hielp werd gewoon de hele oogst (*6) op de gemalen opbrengst in beslag genomen.

(Tot zo ver 'Hollands Glorie. Het artikel is geschreven door: Ruud van Gessel)


Mijn commentaar:

(*1) Wat gebeurt er als de Molentak daadwerkelijk de snelststromende rivier van Nederland is?
Dan zuigt die de Geul leeg.
(*2) Wat een bak zag!

(*3) Zoiets heet formeel 'temporaire vismigratie'. Tijdelijk verhuisd naar Belgie, op de vlucht voor zwammende journalisten? Ik heb verleden week nog een forel in de visfuik gehad.

(*4) Wat leuk, er draait dus zomaar ergens loos een verticaal waterrad. Het horizontale rad is met de molen verbonden.

(*5) De landbouwers waren nooit in dienst van de kasteelheer. Zij pachtten slechts de gronden en hun gehele oogst (*6) werd gelukkig nooit in beslag genomen alleen om de simpele reden dat zij dan hun pacht niet niet konden betalen. Alleen tijdens oorlogen werd de gehele oogst in beslag genomen.

Beste Ruud, kom nog eens op de Schaloensmolen. Wellicht moet ik een en ander beter uitleggen.
Je bent van harte welkom!

dinsdag 3 juni 2014

Waterfee


Afgelopen woensdag liepen mijn stagebegeleider, John Stijns, en ik langs de onderloop van de Molentak. Dwars door de weide die ik in een van mijn eerdere blogs bejubelde vanwege haar bloemenpracht.
Het fluitenkruid was uitgebloeid. De harige ratelaars waren op hun retour. Toch stond de groene weide er fleurig bij. Kruisbladigwalstro pronkte met haar gele bloemen.


Stil liepen wij daar.

“Kijk, een beekjuffer” zei John Steijns.

 

Wij zagen een soort libel met zwart blauw fladderende vleugeltjes snel van de ene plant naar de andere dwarrelen.


“Als enige in de libellen familie voeren die een paringsdans uit.
Het is een weidebeekjuffer die bij voorkeur vliegt langs langzaam stromend water, de Molentak.”

“Heb jij hier al eens de ijsvogel gezien?” vroeg John aan mij.
“Nee, ik denk niet dat die hier broedt. De oevers van de Molentak zijn niet stijl genoeg.”
De vrijdag daarop kwam John in de Kasteeltuin langs.
“Bea, Bea, je raadt nooit wat ik zojuist bij de Molentak heb gezien, vlak bij de brug.”
“?”
“De ijsvogel schoot voorbij met een kenmerkende blauwe flits.”
“Als die hier broedt, nestelt die langs de Geul iets verder op. Daar zijn steile hellingen.”


Wonderbaarlijk de natuur bij de Molentak. Ik kan er veel over schrijven. Over de bruine haas en gekleurde fazanten die John en ik zagen wegspringen en wegvliegen; over de grote kraaiennesten waarin wij een stralend reigersjong zagen zodat het reigersnesten zijn. Of over de kauwtjes in een van mijn blogs die vogelkenners ‘aalscholvers’ noemden. Of over de forel die ik in de visfuik vond. Een vogel had er aan gepikt.

 

Op 7 juni 2014 moet ik de verslagen van mijn natuurobservaties inleveren.

De waterfee ontbreekt. Die was in ‘t verhalen haar toverstokje kwijt.
(Zie de link)
"Een fee zonder toverstokje terwijl zij er vroeger wel een bezat. De Bijbel noemt dat ‘gesnedenen’of ‘ontmanden’ (Jesaja 65 vers 3)"
kwaakte de kikker.

“Waterfee Aquarella vind het heerlijk om een ritje te maken met de eenhoornfamilie.
Geschikt voor kinderen van 4 tot 10 jaar.”

Geschikt voor kinderen van 3 tot 10.

Een fairy (betekent in het slang 'homo', , Wolters woordenboek Engels/Nederlands, het kunnen ook travestieten en dergelijke zijn) met stok. 
Zullen wij er ‘boven de 16’ van maken?
Dan wordt de wereld veel begrijpelijker, mooier en natuurlijker.


“Groetjes, 
de roze wolk bij de Molentak.”

maandag 26 mei 2014

Kikkers in Egypte?



In de sloot bij kasteel Genhoes afwaterend op de Molentak, zag ik verleden week tientallen kikkers. Ze kwaakten, de winter was voorbij. Er waren er meer dan zeven. De kasteelgracht kan ik geen boerensloot meer noemen.


Zo te zien, is het de middelste groene kikker. De, volgens Wikipedia, eetbare groene kikker leeft in heel Centraal-Europa van Frankrijk tot in Rusland. Maar als je deze video hebt gezien, lust je geen kikkerbillen meer. 
Een kikker is beschermd.

Vol plezier keek ik hoe ze elkaar met hun blaaszakken imponeerden.


 Als verhalenvertelster ken ik het verhaal van de prinses en de kikker. De kikker veranderde in een prins. In het Russisch sprookje “De kikvorsprinses” de werd kikker een prinses.

 

Tussen het rode  watermunt kan je beide kanten uit.  


 Bij verschillende Noord-Amerikaanse indianenstammen is de kikker het symbool van transformaties zaad, ei, kikkerdril, donderkopjes, kikkers en dus soms man en/of vrouw.

“The frog totem symbolizes the cycles of life, in particular the rebirth stage. Its own journey through life, from tadpole to the adult state, reminds us of the many cycles of transformation and rebirth in our lives.
The symbolism of the frog as animal associated with birth and rebirth can be traced in Ancient Egypt, Ancient Rome and other cultures from antiquity. The frog was a popular symbol for fertility, as well as rebirth or resurrection. For example, in the Ancient Egypt mythology, the frog was associated with resurrection; the Roman Venus, goddess of Love, was often depicted with a frog.”



De cyclus van het leven begint onderaan zoals deze Egyptische afbeelding laat zien, bij de koele meren van de dood.

Twee copulerende kikkers

Als watermolenaar ben ik gek op een cyclus. Het symbool van het donkere diepe water is bij de Indianen terug te vinden. Mensen van de ‘kikkerclan’ hebben grote diepgang. In het sprookje van de prinses en de kikker dook de kikker niet voor niets diep in de put om de gouden bal op te vissen.


Vandaag is de kikkercirkel oppervlakkig, of zoals een oud kikkerspreekwoord zegt:

“Er is een tijd van diepgang en een mooie tijd van elkaar bespringen. 
Ongeacht of je in de levenscyclus mannetje of vrouwtje bent.”
“Kwak, kwak!”


 

"Met 'n paal en 'n kopje?”

Het oude Egypte....???

donderdag 15 mei 2014

Helmbloem (huiswerk)


Huiswerk:
“Beschrijf een plant op jouw plekje in tien punten.
Eet
Woont
Waar
Winter
Relaties met
Bijzonderheden
Bedreiging
Harde feiten: lengte, gewicht, max leeftijd, aantal jongen/zaden
Wat kun je zelf doen?
Beheerwerk"

Natuurlijk koos ik als molenaar de gele en de geelwitte helmbloem (Corydalis lutea en Corydalis ochroleuca). Planten die met grote bossen op de muren bij de molen groeien. 

geelwitte helmbloem

gele helmbloem
 

Verschillende websites zijn lovend over de helmbloemen bij de Schaloensmolen.

“In de kasteeltuin kan men na het betalen van de toegangsprijs van 4 Euro voor 1,5 Euro een kop koffie of thee drinken.
Het is de moeite waard om de watermolen te bekijken. Op de muren bij de molen en het water om het kasteel groeit een bijzondere muurplant: de Gele helmbloem.”

Jubelt 'Natuur in Nederland' in de ‘Wandeling door het noordelijke Geuldal
samen met Joop Schaminée’, zie: deze link

“Een tijdje nadat ik dit had geschreven, ontdekte ik dat er nog een helmbloem in Zuid-Limburg probeert te verwilderen: de geelwitte helmbloem (Corydalis ochroleuca). een zeer fraaie poging zag ik tegen de vochtige muren van de watermolen in Oud-Valkenburg. En vol in bloei in begin oktober!”


“Verwilderde sierplant, op ruïnes, oude stadsmuren en dergelijken, nu uiterst zeldzaam, bijv. langs de kademuren van de Geul in Valkenburg en bij Slenaken.”

schrijven Eli Heimans Hein Willems Heinsius en Jac. P. Thijsse in 1909 in hun geïllustreerde flora van Nederland.

Dan kan ik als molenaar van de beroemde en de veel bezongen Schaloensmolen in Valkenburg niet achterblijven.

Gele en de geelwitte helmbloem 
(Corydalis lutea en Corydalis ochroleuca) 

Eet
kalkrijke grond  

Woont
in spleten en gaten van vooral vochtige muren met veel kalk zoals mergelmuren. Het is een muurplant.

Waar
In stenige klakhoudende grond en muren. In Nederland groeit de helmbloem vooral op de Geulkades in Valkenburg en op oude muren in Maastricht. Verspreidt zich nu langzaam door Nederland naar onder andere de oude (stads)muren in Breda.


Winter
De plant heeft een knol bij de wortels in de muur waarin die zich ’s winters terugtrekt. In zachte winters blijft ook bladgroen over.

Relaties met
Mieren en bijen
Mieren verspreiden de zaden. De zaadjes hebben een klein doorzichtig olierijk aanhangseltje waar mieren dol op zijn: het mierenbroodje. Rijpe zaadjes worden weggeschoten. Een mier die zo'n zaadje vindt, sleept het mee naar het nest en bijt het mierenbroodje eraf. De mier verspreidt zo het zaad.
De helmbloem wordt vooral door bijen en hommels bestoven. De nectar van de helmbloem lig in het spoor, een soort trechter achter aan de bloem. Alleen insecten met een lange tong kunnen daar bij.

Bijzonderheden
De helmbloem behoort tot de papaverfamilie.
De gele helmbloem is zo'n 150 jaar geleden uit het Alpengebied hier ingevoerd. De geelwitte helmbloem komt uit Joegoslavië of Italië.
De zaden werden vroeger medicinaal gebruikt vanwege hun hypnotische en rustgevende werking. De knollen zijn giftig. Zij bevatten Bulbocapnin dat maag- en darmstoornissen en zelfs verlammingen kan veroorzaken.
De Nederlandse naam ‘helm’bloem komt omdat de bloem op een Romeinse helm lijkt.

Bedreiging
De muren waar helmbloemen op groeien, brokkelen af en moeten af en toe opnieuw gevoegd of geheel vernieuwd worden. Overstromingen kunnen hele stukken muur wegslaan.
Vooral in het najaar als hommels en bijen een wintervoorraad aanleggen, breken zij in bij de helmbloem. Ze bijten een gat achter in het spoor en snoepen de nectar. De helmbloemen kunnen de bestuiving dan verder vergeten.

Harde feiten
De helmbloem is een kruidachtige plant die 15 – 30 cm groot wordt.
De bloemen groeien in dichte trosjes met 5 – 16 bloemen per tros.
De helmbloem groeit in pollen waaronder vaak luchtwortels hangen.
De helmbloem heeft een samengesteld dubbel geveerd blad. Elk bladsegment heeft een tot drie slippen die eindigen in een stompe punt.
De helmbloem heeft een doosvrucht in de vorm van een peul, die met twee kleppen open springt.
Het is een overblijvende meerjarige plant met een vertakte wortelstok.
De helmbloem is beschermd middels de flora en fauna wet.

Wat kun je zelf doen?
De helmbloem verwildert gemakkelijk vanuit tuinen. Heb je een ruwe muur in je tuin? Probeer daar helmbloem te zaaien.

Beheerwerk
Uit de muren bij de Schaloensmolen worden regelmatig wilde kruiden zoals paardenbloemen getrokken zodat meer ruimte ontstaat voor helmbloem.
Tijdens de restauratie van de Molentak in Valkenburg heeft waterschap Roer en Overmaas sleuven in de nieuwe mergelstenenmuur gemaakt, sommige blokken springen in en andere springen uit. In de sleuven is  steenbreekvaren, pijlscheefkelk, stengelomvattend havikskruid en gele helmbloem uitgezet zodat de oorspronkelijke rijke muurvegetatie zich kan herstellen.

Foto: waterschap Roer en Overmaas

Helaas is de Universiteit Wageningen iets minder lovend over dit 'beheerswerk' van waterschap Roer en Overmaas:
 
"Inmiddels blijken de meeste planten van het eerste
herstelproject te zijn aangeslagen w.o. Gele helmbloem, Stengelomvattend
havikskruid, Muurleeuwenbek en Blaasvaren. Een tweede deel uitgevoerd in 2000 en
deels nog in uitvoering, is zonder deskundige begeleiding verricht. Het gevolg daarvan is dat bij het terugplanten grotendeels de verkeerde soorten werden
gebruikt."

Fijn dat de Schaloensmolen oude muren heeft.

maandag 12 mei 2014

waterbeleefroute


Een paar mooie foto’s aan de Molentak.







Een professionele filmploeg filmde de Schaloensmeule.
De wandel app. is op de markt gebracht en is gratis down te loaden (wat ’n Nederlands zeg!) via


Het leukste is, hiermee is officieel mijn stage bij de opleiding tot natuurgids afgerond.
Zo werkte ik aan mijn tweede wandel app.

De eerste wandelapp. Waarvoor ik stukken schreef, had veeleer kunst dan natuur als onderwerp. Het is een stadswandeling door Maastricht.


Nu staat de molencultuur in Valkenburg centraal.
Ik ben van vele markten thuis.
Daar ben ik trots op.
Mijn stage voor de opleiding tot natuurgids is afgerond maar, ik heb de smaak te pakken. Er komen veel meer producties.

dinsdag 6 mei 2014

De Ramp, een speciale opdracht


Blij weerzien
Afgelopen woensdag betrad ik voor het eerst na mijn vakantie in Suriname het weiland naast het onderwater van de molentak. Ik werd door stomheid geslagen. Snel wisselde ik mijn kleren en deed ik laarzen aan. Meter hoog stond het onkruid voor me.
 

Het was een bijzondere ervaring om het maagdelijk gebied te betreden. Het hele voorjaar was het hek tussen de Kasteeltuin en de weide van boer Janssen niet open geweest. High door de bloemenweelde zette ik mijn eerste stap in de weide. Tussen het hoge groen zitten veel teken. Daarom wisselde ik mijn kleding. Nu konden die mij niet meer schelen. In een gebied tussen witbloeiende meidoornhagen, zag ik de ene mooie bloem na de andere.



Wat een weelde, wat ’n pracht. Het leek alsof verschillende seizoenen door elkaar liepen. Fluitenkruid al haast volgroeid, velden harige ratelaars.


De oevers van de molentak noemde ik, tot mijn geluk, ‘de Nederlandse jungle’. Bosranken bengelden als lianen over woest kleefkruid en brandnetels heen.


Voorzichtig plukte ik van iedere bloem die ik vond één exemplaar. Met 19 bloemen ging ik terug naar de Kassa van de Kasteeltuin om daar de bloemen te determineren.
Ik vond:

fluitenkruit
witte dovenetel
harige ratelaar
margriet
pinksterbloem
rode klaver
schele boterbloem
dagkoekoeksbloem
look-zonder-look
grote muur
madeliefje (meizoentje)
hopklaver
smalle weegbree
vogelwikke
hondsdraf
gewone brunel
paarse dovenetel
watermunt
paardenstaart

De laatste plant bloeide niet maar was zo mooi bedekt met glinsterende dauwdruppels dat geen enkele bloem daaraan kon tippen.

De Ramp

Voor de opleiding tot natuurgids hadden wij huiswerk gekregen:
“Verzin een ramp en beschrijf hoe jouw plekje er na zo’n ramp uitziet.”

Al snel dacht ik aan de kerncentrale van Tihange vlak bij Luik, een van de twee kerncentraleparken van België. Met name Tihange 2 kamt regelmatig met problemen zoals foutjes in het metaal die mogelijk uitgroeien tot scheurtjes Het betonnen omhulsel van het reactor vat lijdt aan betonrot en nog een paar dingetjes. Daarom schakelde Electrabel de reactor Tihange 2 conform de regels van nucleaire veiligheid op 26 maart 2014 uit. De kerncentrale zal volgens uitbater Electrabel niet opnieuw opstarten voor 15 juni 2014. Tegen dan zouden de resultaten van bijkomende onderzoeken bekend moeten zijn. (Bron: Wikipedia)

Het was dus niet irreëel te denken aan een kernramp. Hoe zou het zijn als Tihange 2 ontploft? Zoals dat bij Tsjernobyl en Fukushime gebeurde. Tihange ligt hemelsbreed 36 kilometer van mijn huis en 47 kilometer van de molentak verwijderd. In gedachte trok ik cirkels met stralingdosissen en evacuatiezones zowel bij gunstige als ongunstige winden.

“Welke gezondheidsgevolgen Fukushima precies zal hebben voor de Japanse bevolking, blijft nog bang afwachten. Maar nu al is duidelijk dat het leven in een straal van 20 tot 40 km rond de gesmolten reactoren nooit meer hetzelfde zal zijn.
Sommige zwaar door radio-activiteit besmette gebieden blijven tot vandaag bewoond. Iitate ligt 40 km van de kerncentrale, maar de straling is er gevaarlijk hoog. Hoewel de meeste mensen zijn gevlucht, zijn er een paar oudere mensen blijven wonen omdat ze hun bezittingen niet in de steek kunnen laten.”


Het leek mij zo bizar met de bloemenweelde in mijn hand. Onwezenlijke radioactieve bloemen, een Molentak vol radioactief water en een geëvacueerde molenaar uit een gebied dat nooit meer hetzelfde zou zijn. Een molenaar die de komende jaren niet meer van al dat moois kan genieten; een rare ramp.

Maar wacht, moeten rampen altijd groot en spectaculair zijn?
Er had zich een ramp afgespeeld.

Een ‘kleine’ ramp

De eerste dag dat ik na mijn vakantie als molenaar op de molen kwam. Vroeg de oud voorzitter van de Kasteeltuin of ik de lossluis wijd open zou zetten.
“Waarom dat?”vroeg ik
“De heer Bot, kasteelheer van Schaloen, heeft daarom gevraagd. Er zijn al dertig van zijn karpers gestorven. Hij denkt dat iemand gif in de kasteelvijver heeft gegooid. Een grapjas die het op zijn karpers had gemunt.”’
“Vreemd verhaal” dacht ik “Wij kunnen niet zomaar de lossluis openzetten. Zeker niet nu er langs het bovenwater koeien met kalveren lopen.”

Ik belde de heer Bot op. Ik hoorde meteen aan zijn doorgaans wat afstandelijke stem dat het mis was. Of ik de molentak wilde doorspoelen zodat vers nieuw water naar de slotvijvers kon stromen. Die ochtend waren alweer zestien karpers gestorven. Zomaar en niet alleen oude exemplaren ook krachtige jonge vissen. Zij kregen rood doorlopen ogen. Het gebied rond de buikvin werd rood, een afgrijselijk gezicht, sommigen waren daar zelfs opengebarsten. De heer Bot had enkele exemplaren in de diepvries gelegd.
Zo iets had hij nog nooit meegemaakt in al die jaren dat hij karpers kweekte.

“Heeft U het Waterschap Roer en Overmaas al gebeld?’” vroeg ik.
Nee, dat had de heer Bot nog niet gedaan.
“Dan doe ik dat als molenaar. Ik wil niet zomaar mijn lossluis openen.”
De heer Bot stemde hiermee in. Ik opende en beetje zenuwachtig de lossluis. Vroeg verschillende medewerkers van de kasteeltuin op de koeien in het weiland langs het bovenwater te letten. De kalveren mochten niet dicht langs het water komen. Ik liep het weiland in. Dat had ik beter niet kunnen doen. Langzaam zette de kudde zich in beweging in V-formatie kwam die naar mij toe. Op de punt van de V naderde gestaag, af en toe briesend, een grote stier met ijzeren kettingen in zijn neusgaten. Oh jee, ik wist niet hoe snel ik het weiland moest verlaten. Dan maar minder controle op het wel en we van de kalveren.

Tegen het middag uur sloot ik de sluis. Spoedig daarna kwamen heren van het waterschap met kisten om monsters te nemen. De heer Bot vond zijn probleem serieus genomen en bedankte mij.

Wat was de oorzaak van de kleine ramp?
Het officiële onderzoeksrapport heb ik nog niet.
Maar heb wel telefonisch met de heer Bert Pex van Waterschap Roer en Overmaas gesproken. Hij voerde het onderzoek uit.
Wij hebben regulier wateronderzoek uitgevoerd. Het water geanalyseerd op zuurstof, zuurtegraad (PH-waarde) en geleidingsgraad. Dat laatste onderzoek analyseert de aanwezige vaste stoffen. Wij voeren dat uit met elektroden.
Uit het waterkwaliteit blijkt geen mogelijke oorzaak van vissterfte. Er zijn ook geen toxische (giftige) algen aangetroffen. Het water zou hooguit te voedselrijk kunnen zijn geweest.

Bert Pex opperde twee hypothesen:
Het zou kunnen zijn dat de vissen zijn gestorven aan het karpervirus dat momenteel in Nederland heerst.
(Persoonlijk vond ik bij de beschrijvingen van het karpervirus niet de ziekte symptomen waar de vissen van Bot aan leden, zie oa : http://nos.nl/artikel/630739-karpervirus-gelderland-en-utrecht.html)
De tweede hypothese van Bert Pex was:
 De paaisterfte. Dan krijgen karpers een zeer grote drang om eieren te leggen en wrijven dan tot soms bloedens toe met hun buik over de over of over waterplanten. De paaisterfte kan na een zachte winter zoals wij die hadden gehad heel sterk zijn.

Om precies de oorzaak te kunnen achterhalen, adviseerde Waterschap Roer en Overmaas de heer Bot enkele van zijn vissen uit de diepvries naar laboratorium te Lelystad te sturen. Daar wilde de heer Bot niet aan meewerken.
“Dat kost klauwen met geld.”
Wel heeft de gemeente valkenburg aan de Geul enkele dode karpers uit de Geulvijver, een kwelwatervijver stroomafwaarts vanuit de molen gezien. De uitslagen van dat onderzoek zijn nog niet bekend.

Om terug te keren naar mijn opdracht:

Hoe ziet het gebied er uit na de kleine ramp?

Langs het onderwater is de grote bloemenpracht waar deze blog mee begon.
Langs het bovenwater graat een grote kudde koeien, lichtelijk verstoord door een molenaar,
Bij de molen zijn boomstronken verwijderd. Toen de molentak haast droogstond, bleken die voor de sluizen te liggen. Door het gewicht van de stronken dreven ze niet.
Maar het zal jaren duren voordat de populatie karpers zich in de kasteelvijver heeft hersteld. Slechts een enkele diehard zwemt daar rond of zijn dat alleen mannetjes?